Boot Loader Installation
Boot loader installatie
Om Linux op te kunnen starten zonder bootdiskette moet u normal gesproken
een bootloader installeren. U kunt kiezen uit 2 smaken, "GRUB"
(standaard) of LILO. GRUB is bij de 7.2 versie een noviteit, u kunt
er Linux mee laten opstarten ofa ndere besturingssystemen zoals, Window
9a. In onderstaand scherm kunt u aangeven of u "GRUB" of "LILO"
wilt gebruiken.
Als u beslist om geen bootloader te instaleren vergeet dan niet om aan
het einde van de installatieprocedure een bootdiskette aan te maken
of een andere bootmanger te installeren (bijv Bootmagic, wat wordt meegeleverd
bij het programma Partion Magic).
U kunt de Bootmanager (GRUB of Lilo) op twee plaatsen installeren.
Het Master Boot Record (MBR) of de First sector of boot partition
We adviseren u de bootmanager in het Master Boot Record te installeren,
tenzij u al een andere bootmanager gebruikt, zoals de System Commander
of OS/2's Boot Manager. Het Master Boot Record is een speciale plaats
op uw harde schijf, die automatisch geladen wordt in de BIOS. Het is
het vroegste punt in het opstartproces waar Grub/Lilo het bootproces
kan overnemen.
Als u de bootmanager in het MBR installeert, wanneer u computer opstart,
zal Grub/Lilo een opstartprompt weergeven. U kunt dan Red Hat Linux
of een ander besturingssysteem laten opstarten, afhankelijk hoe u Lilo
heeft geconfigureerd.
First sector of boot partition
De eerste sector van uw bootpartitie bevelen we aan als u al een andere
bootmanager gebruikt. In dit geval zal die andere bootmanager eerst
de controle uitvoeren over het bootproces. U kunt uw bootmanager dan
zo configureren dat de bootmanager Grub/Lilo opstart (die op zijn beurt
Red Hat Linux weer opstart).
Deze optie kiest u ook als uw systeem alleen maar Red Hat Linux bevat,
zonder een ander besturingssysteem en u dus geen gebruik hoeft te maken
vane een multibootmogelijkheid.
- /dev/hda1 First sector of boot partition
Deze optie vinkt u aan als u al een andere bootmanager gebruikt zoals
de System Commander, Bootmagic (van Partition Magic) of OS/2's bootmanager,
indien dit niet het geval is kiest u voor de vorige optie "Master
Boot Record"
Als u extra opties wilt toevoegen aan GRUB's of LILO's bootcommando,
dan kunt u deze invoeren in het "veld "Kernel parameter".
Ieder optie die u daar invoert wordt iedere keer bij het opstarten doorgeven
aan de Linux kernel.
De optie "Force use of LBA32 (not normally required"
Deze optie staat u toe om voorbij te gaan aan de 1024 cylinder limiet
van de /boot partitie. Als u in het bezit bent van een systeem welk
de LBA32 extensie voor het opstarten van besturingssystemen boven de
1024 cyinders ondersteunt, dan kunt u de /boot partitie boven deze grens
aan laten maken als het installatieprogramma deze optie al niet vanuit
het BIOS heeft herkend, is het zinvol om deze optie aan te vinken.
Bij de optie 'Boot label' voeren wij hier 'win' in omdat de Windows-partitie
standaard de naam 'Dos' krijgt. Als u nu bij het opstarten na de lilo
bootregel 'win' invoert wordt Windows opgestart.
Dit was een moeilijk scherm. Gelukkig staan de meeste instellingen
al standaard goed. Als u dit verhaal moeilijk vindt, verander dan niks,
maar klik gewoon op 'Next' en in de meeste gevallen gaat alles dan goed.

2.9 Configureer de boot-instellingen van uw systeem
GRUB wachtwoord
Als u GRUB heeft geïnstalleerd als bootloader, dan kunt in onderstaand
scherm een wachtwoord opgeven. Dit is alleen van belang als er meerdere
personen uw systeem gebruiken. Het invoeren van een wachtwoord weerhoudt
andere gebruikers ervan om opties aan de kernel op te geven die de veiligheid
van uw systeem in gevaar brengen. Als u de enige bent die met het systeem
werkt is het natuurlijk overbodig om hier een wachtwoord in te voeren.

2.10 Geef een wachtwoord op voor "GRUB"